Grappige sinterklaasgedichten

Humoristische sinterklaasgedichten met een knipoog.

De Sint dacht lang na over jou,
wat geef je iemand die alles heeft?
Uiteindelijk werd het toch dit pakje,
omdat de Piet geen betere tip gaf, beleefd.

Jouw telefoon zit aan je hand geplakt,
je scrolt de hele dag maar door,
de Sint dacht: geef haar dit cadeau,
dan kijkt ze even niet op dat scherm, hoor!

Je bent een jaartje ouder
en soms een tikje lui,
de Sint zag het van bovenaf
en lachte in zijn vuistje, hui!

De Pieten hadden ruzie
over wie dit inpakken mocht,
het werd een beetje slordig,
maar het is met liefde gebracht en gezocht.

Sinterklaas keek op zijn lijstje
en zag jouw naam er staan,
met een dikke uitroepteken:
deze heeft een cadeau nodig, kom eraan!

De Sint dacht: wat een grapjas,
die maakt ons aan het lachen,
daarom dit leuke pakje,
geniet ervan, na al dat wachten!

De Sint zocht een cadeautje
voor iemand met veel praats,
hij vond dit in zijn grote zak
en dacht: zo, die zit op zijn plaats.

Piet vroeg aan Sinterklaas:
wat geven we die snoeperd toch?
De Sint zei: doe maar dit pakje,
dan blijft er voor ons ook nog wat, joh!

De Sint zag in zijn boek
dat jij soms snurkt als een beer,
toch krijg je dit cadeautje,
want lief was je ook heel veel keer.

Dit jaar was je bijna braaf,
het scheelde maar een haartje,
daarom krijg je toch een pakje,
gefeliciteerd, oud taartje!

De Sint wilde iets nuttigs geven,
Piet zei: doe maar iets van chocola,
want nuttig wordt toch nooit gebruikt
en snoep is altijd hoera!

De Sint hoorde je zeggen:
morgen ga ik echt op dieet,
daarom zit er in dit pakje
iets lekkers, want dat lukt je toch niet.

Piet struikelde over de schoorsteen
en liet bijna alles vallen,
gelukkig ving hij dit pakje op,
anders had je niks, met z'n allen.

De Sint is al heel oud,
maar jou vergeet hij nooit,
al was het dit jaar even zoeken
waar hij jouw cadeau had gegooid.

De Sint werd gevraagd naar zijn geheim: al eeuwen oud en nog steeds geen rimpel in zijn mijter.

Lieve Sint, mijn schoen staat klaar. De open haard heb ik alvast uitgezet, heel attent van mij.

Dit jaar geen roe verdiend, zegt de Sint. Volgend jaar doe je vast weer je best om stout te zijn.

De pieten klagen over de daken: vroeger waren die tenminste nog zonder zonnepanelen.

Sinterklaas bestaat wel degelijk, hij pint alleen tegenwoordig van jouw rekening.

Beste Sint, kunt u mijn cadeau ruilen? De buurman kreeg iets leukers.

Het paard van Sinterklaas eet tegenwoordig biologisch. Die wortels worden ook steeds duurder.

Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is krijgt ook lekkers. De Sint is milder geworden.

Sinterklaasje, kom maar binnen met je piet. Maar veeg wel even je voeten, net gedweild!

De Sint doet ook aan thuiswerken: pakjesavond via videobellen, schoen digitaal zetten graag.

Mijn verlanglijstje was te lang, zei de Sint. Volgend jaar graag maximaal drie kantjes.

Pepernoten in de winkel vanaf augustus: zelfs de Sint vindt dat te vroeg.

Lieve Sint, u mag mijn kamer overslaan. De rommel daar is al cadeau genoeg.

De Sint kent iedereen die stout is geweest. Zijn grote boek is gewoon een groepsapp.

De Sint reed dit jaar met de trein, want de boot stond in de file voor de Zeeuwse bruggen.

Piet vroeg een dag vrij voor pakjesavond. De Sint zei: natuurlijk, je hebt het hele jaar toch al vrij gehad.

Mijn schoen staat klaar bij de verwarming, want bij de open haard ligt de kat al te slapen.

De Sint checkt tegenwoordig eerst je verlanglijstje online, voordat hij het op papier hoeft te lezen.

Zelfs Sinterklaas moppert dit jaar over de prijzen: een zak pepernoten kost hem bijna net zoveel als het cadeau zelf.

De Pieten hebben een appgroep voor wie welke straat doet, anders staan ze om middernacht nog te zoeken.

Lief zijn het hele jaar lukt niemand, zei de Sint, dus reken ik vooral de laatste twee weken van november mee.

Mijn opa zet zijn gehoorapparaat uit met sinterklaasavond, hij heeft geen zin in nog een cadeaulied.

De Sint heeft dit jaar een assistent voor de administratie, want zijn grote boek paste niet meer op de boot.

Zwarte Piet klaagt weleens over zijn rug, al die schoorstenen op en neer worden hem ook niet jonger.

Humor hoort bij sinterklaas, maar niet elke grap

Een sinterklaasgedicht mag plagen. Dat is de traditie: de Sint weet alles en zegt het met een knipoog. Het verschil tussen een grappig gedicht en een vervelend gedicht zit in de keuze van het onderwerp. Grappen over gewoontes, hobby's en kleine ergernissen werken bij iedereen: de telefoon die altijd in de hand zit, de vergeten sleutels, het uitstellen van de belastingaangifte. Grappen over uiterlijk, gewicht, relaties, geld of gezondheid werken bijna nooit, ook niet in een familie die tegen een stootje kan, omdat de rest van de kamer meeluistert.

Zo bouw je een grappig gedicht op

Begin met de Sint die iets over de ontvanger ontdekt. Bouw de plagerij in de tweede en derde strofe op met concrete details, want de details maken het grappig, niet de conclusie. Eindig met een omslag: de Sint vergeeft alles, heeft een oplossing gevonden of geeft een cadeau dat precies op de plagerij aansluit. Die omslag maakt dat de ontvanger lacht in plaats van schrikt. Het rijmschema is meestal aabb; voor een grappig gedicht is een rijm dat net niet helemaal klopt soms juist extra leuk, als je het bewust doet.

Een uitgewerkt voorbeeld

De Sint keek in zijn grote boek / en fronste even lang, / want Joost had dit jaar weer beloofd: / ik ga echt sporten, wees niet bang. / Hij kocht een fiets, een trainingspak / en zelfs een horloge dat telt, / maar na twee weken lag het stil, / de bank werd weer zijn wereld. / De Sint zegt: dat geeft helemaal niets, / je zit gewoon graag warm en thuis, / dus hier een deken voor de bank / en volgend jaar die fiets weer uit het huis.

Het gedicht plaagt met een concreet voorbeeld, maar de Sint neemt het aan het eind voor Joost op. Zo blijft het vriendelijk.

Voor kinderen, familie en collega's

Bij jonge kinderen gaat humor over gekke dingen: Piet die van de daken valt, een pakje dat in de schoorsteen vast zat, een paard dat de pepernoten opeet. Plagen doe je bij kinderen alleen liefdevol en over iets dat ze zelf grappig vinden. In de familie mag het scherper, maar iedereen leest mee, dus de grap moet ook voor oma leuk zijn. Op het werk houd je het bij werkgewoontes en blijf je ver weg van prestaties, salarissen en collega's die er niet bij zijn. Een grappig gedicht voor de baas gaat over de vergaderingen die uitlopen, niet over de reorganisatie.

Voorlezen en timing

Een grappig gedicht valt of staat met het voorlezen. Laat de ontvanger het zelf lezen, zoals gebruikelijk, maar schrijf de grap zo dat hij ook werkt als iemand hem stuntelig voorleest: korte regels, het grappige woord aan het eind van de regel. Twaalf tot zestien regels is een goede lengte, langer wordt vermoeiend. Bewaar het gedicht met de grootste plagerij niet voor iemand die laat op de avond aan de beurt is, als de kinderen moe zijn en de sfeer kan kantelen.

Veelgestelde vragen

Hoe weet ik of een plagerij in mijn gedicht te ver gaat?

Stel je voor dat de ontvanger het gedicht hardop voorleest terwijl de hele familie of het hele team toekijkt. Als je denkt dat er een stilte valt in plaats van gelach, schrap dan de regel. Grappen over gewoontes zijn veilig, grappen over wie iemand is niet.

Kan ik een grappig gedicht schrijven voor iemand die ik niet goed ken, bijvoorbeeld bij lootjes op het werk?

Ja, gebruik dan wat iedereen ziet: de fiets waarmee iemand altijd komt, de thermoskan, de vaste plek bij het raam. Vraag eventueel een collega om één detail. Houd de toon licht en eindig met een compliment, dan kan het nooit verkeerd vallen.

Werkt een grappig gedicht ook bij een surprise?

Heel goed, als de surprise en het gedicht op hetzelfde thema aansluiten. Laat het gedicht de surprise aankondigen, bijvoorbeeld een gedicht over uitgestelde klusjes bij een surprise in de vorm van een gereedschapskist. Zo lacht de ontvanger twee keer.

Hoeveel regels is een grappig gedicht?

Twaalf tot zestien regels: genoeg om de grap op te bouwen en met een omslag af te sluiten, kort genoeg om de aandacht te houden. Een grap die in vier regels past, kun je ook in vier regels laten; niet elk gedicht hoeft lang te zijn.