Rekenraadsels
Raadsels met getallen waarbij je even goed moet nadenken. De sommen zijn niet moeilijk, de valkuil zit in de vraag. Leuk voor in de klas, aan tafel of op een feestje.
Nieuw gisteren toegevoegd
Een dokter geeft je drie pillen en zegt dat je er elk half uur één moet innemen. Hoe lang duurt het voordat je ze allemaal hebt ingenomen?
Bekijk antwoord
Een uur. Je neemt de eerste meteen, de tweede na een half uur en de derde na een uur.
28 dagen geleden toegevoegd
Een man heeft vijf dochters. Elke dochter heeft precies één broer. Hoeveel kinderen heeft de man?
Bekijk antwoord
Zes. De vijf dochters hebben allemaal dezelfde broer.
28 dagen geleden toegevoegd
Een man koopt een paard voor 60 euro en verkoopt het voor 70. Dan koopt hij het terug voor 80 en verkoopt het weer voor 90. Hoeveel winst heeft hij gemaakt?
Bekijk antwoord
20 euro: twee keer 10 euro winst.
28 dagen geleden toegevoegd
Een jongen heeft evenveel broers als zussen. Zijn zus heeft twee keer zoveel broers als zussen. Hoeveel jongens en meisjes zijn er in het gezin?
Bekijk antwoord
Vier jongens en drie meisjes.
28 dagen geleden toegevoegd
Ik heb twee munten die samen 30 cent zijn. Een van de twee is geen munt van 10 cent. Welke munten zijn het?
Bekijk antwoord
Een munt van 20 cent en een munt van 10 cent. De ene is geen 10 cent, de andere wel.
28 dagen geleden toegevoegd
Drie katten vangen in drie minuten drie muizen. Hoeveel katten heb je nodig om in honderd minuten honderd muizen te vangen?
Bekijk antwoord
Nog steeds drie. Elke kat vangt in drie minuten een muis, dus in honderd minuten vangen drie katten er honderd.
28 dagen geleden toegevoegd
Op een boerderij lopen kippen en konijnen. Samen hebben ze 10 koppen en 28 poten. Hoeveel kippen en hoeveel konijnen zijn er?
Bekijk antwoord
Zes kippen en vier konijnen (12 poten plus 16 poten is 28).
28 dagen geleden toegevoegd
Hoeveel hoeken heeft een vierkant als je er één hoek afknipt?
Bekijk antwoord
Vijf.
28 dagen geleden toegevoegd
Ik ben een getal. Als je mij verdubbelt en er drie bij optelt, krijg je elf. Welk getal ben ik?
Bekijk antwoord
Vier.
28 dagen geleden toegevoegd
Welk getal komt hierna: 1, 1, 2, 3, 5, 8, ...?
Bekijk antwoord
13. Elk getal is de som van de twee getallen ervoor.
29 dagen geleden toegevoegd
Er zwemmen twee eenden voor twee eenden, twee eenden achter twee eenden en twee eenden tussen twee eenden. Hoeveel eenden zijn er minimaal?
Bekijk antwoord
Vier, netjes achter elkaar op een rij.
30 dagen geleden toegevoegd
Een boer heeft drie hooibergen in het ene weiland en vier in het andere. Hij legt ze allemaal bij elkaar. Hoeveel hooibergen heeft hij dan?
Bekijk antwoord
Eén grote hooiberg.
Aan een boot hangt een touwladder met tien sporten, elk dertig centimeter uit elkaar. De onderste sport raakt net het water. Het water stijgt negentig centimeter. Hoeveel sporten staan er dan onder water?
Bekijk antwoord
Geen enkele. De boot drijft en stijgt met het water mee, dus de ladder ook.
Het graven van een gat duurt twee uur. Hoe lang duurt het graven van een half gat?
Bekijk antwoord
Je kunt geen half gat graven. Een gat is altijd een heel gat.
Een pen en een dop kosten samen 1,10 euro. De pen kost precies één euro meer dan de dop. Wat kost de dop?
Bekijk antwoord
Vijf cent. De pen kost dan 1,05 euro, samen 1,10 euro.
Anderhalve kip legt in anderhalve dag anderhalf ei. Hoeveel eieren leggen zes kippen in zes dagen?
Bekijk antwoord
Vierentwintig. Eén kip legt één ei per anderhalve dag, dus zes kippen leggen zes eieren per anderhalve dag, en dat vier keer in zes dagen.
Hoeveel is de helft van twee plus twee?
Bekijk antwoord
Drie. De helft van twee is één, en één plus twee is drie.
Je hebt drie appels en je neemt er twee weg. Hoeveel appels heb je dan?
Bekijk antwoord
Twee, want die heb jij weggenomen.
Een slak zit onderin een put van tien meter. Overdag klimt hij drie meter omhoog, 's nachts zakt hij twee meter terug. Na hoeveel dagen is hij boven?
Bekijk antwoord
Na acht dagen. Elke dag wint hij netto één meter, na zeven dagen zit hij op zeven meter en op de achtste dag klimt hij de laatste drie meter naar boven.
Wat is meer: zes dozijn dozijn of een half dozijn dozijn?
Bekijk antwoord
Zes dozijn dozijn, dat is 864. Een half dozijn dozijn is maar 72.
Hoe vaak kun je vijf van vijfentwintig aftrekken?
Bekijk antwoord
Eén keer. Daarna trek je vijf van twintig af.
Een steen weegt één kilo plus een halve steen. Hoe zwaar is de steen?
Bekijk antwoord
Twee kilo. Een halve steen weegt dan één kilo, en dat klopt precies.
Welk getal wordt groter als je het op zijn kop zet?
Bekijk antwoord
Zes. Op zijn kop wordt het een negen.
Er zitten tien vogels op een draad. Een jager schiet er één. Hoeveel vogels blijven er zitten?
Bekijk antwoord
Geen enkele, de andere vliegen van schrik weg.
Op tafel branden drie kaarsen. Twee waaien uit. Hoeveel kaarsen houd je over?
Bekijk antwoord
Twee. De kaars die blijft branden, brandt helemaal op.
In hoeveel stukken kun je een ronde taart verdelen met maar drie rechte sneden?
Bekijk antwoord
Acht. Twee sneden kruislings van boven en één snede horizontaal door het midden.
Vermenigvuldig alle cijfers op een telefoontoetsenbord met elkaar. Wat is de uitkomst?
Bekijk antwoord
Nul, want er zit ook een nul tussen.
Een vader is vier keer zo oud als zijn zoon. Over twintig jaar is hij twee keer zo oud. Hoe oud zijn ze nu?
Bekijk antwoord
De zoon is tien en de vader veertig. Over twintig jaar zijn ze dertig en zestig.
Waarom rekenraadsels anders zijn dan sommen
Bij een rekenraadsel is de som nooit het probleem. De helft van twee plus twee kan iedereen uitrekenen. De moeilijkheid zit in de volgorde van de woorden en in wat je te snel aanneemt. Daardoor zijn deze raadsels leuk voor kinderen die goed kunnen rekenen én voor kinderen die rekenen spannend vinden, want het gaat om lezen en luisteren.
Dat maakt ze ook geschikt voor volwassenen, die er net zo hard intuinen.
Voor welke leeftijd en welk moment
Vanaf groep vier kunnen kinderen de meeste raadsels op deze pagina aan, mits je ze rustig voorleest. De slak vraagt om een tekening en is meer iets voor groep zes en hoger. Volwassenen tuinen er net zo hard in als kinderen, dus aan een familietafel met drie generaties werkt het prima.
Goede momenten zijn de eerste vijf minuten van een rekenles, het wachten op het toetje, een autorit of een quiz op een familiedag.
Zo stel je een rekenraadsel
Lees de vraag langzaam voor en leg de nadruk op het woord waar het om draait, maar overdrijf niet, anders verklap je de valkuil. Bij de appels ligt de nadruk licht op 'jij'. Laat mensen eerst hun antwoord opschrijven voordat iemand het hardop zegt, zodat iedereen zelf in de val kan lopen.
Laat daarna iemand met het goede antwoord uitleggen waarom. Die uitleg is de kern: 'Je nam er twee weg, dus die heb jij nu.' Kinderen leren daarvan dat je een vraag precies moet lezen, en dat is een vaardigheid die ver buiten de rekenles nuttig is.
Hints geven zonder het antwoord te verklappen
Bij rekenraadsels is de beste hint: 'Lees de vraag nog een keer, woord voor woord.' Werkt dat niet, vraag dan: 'Wat wordt er precies gevraagd?' Bij de slak kun je zeggen: 'Teken de put en zet er streepjes bij per dag.' Zodra iemand tekent, ziet hij dat de slak op de laatste dag niet meer terugzakt.
Benoem nooit de valkuil zelf, want dan is het raadsel weg.
Rekenraadsels in de klas en in een gedicht
In de klas werkt een raadsel als weekopdracht: maandag op het bord, vrijdag de oplossing, en wie het antwoord weet stopt een briefje in een doos. Laat op vrijdag een kind de uitleg geven en niet jijzelf. In een Sinterklaasgedicht kun je een rekenraadsel als sleutel gebruiken: het antwoord is het aantal cadeautjes, of het cijfer van de la waar het cadeau in ligt.
Voorbeeld van een korte raadselronde
Een ronde aan tafel met twee kinderen van acht en tien en hun opa. Je zegt: 'Iedereen een pen, antwoorden op je servet.' Eerste raadsel: 'Je hebt drie appels en je neemt er twee weg. Hoeveel appels heb je dan?' Iedereen schrijft één. Je vraagt: 'Wie nam ze weg?' Er valt een stilte en dan roept de jongste 'twee!'
Tweede raadsel: 'Hoeveel is de helft van twee plus twee?' Opa zegt twee, de kinderen drie, en er ontstaat een discussie over de volgorde waarin je rekent. Laat dat gesprek even lopen, want dat is de winst. Als derde de slak, met een tekening op de achterkant van het servet. Wie acht dagen uitkomt, mag het toetje opscheppen.
Veelgestelde vragen
Zijn rekenraadsels geschikt voor kinderen die moeite hebben met rekenen?
Ja, juist wel. De sommen zijn eenvoudig en de valkuil zit in de taal, dus een kind dat goed luistert heeft evenveel kans als een snelle rekenaar. Dat geeft zelfvertrouwen. Kies wel raadsels met kleine getallen en sla de slak in de put over tot het kind wat ouder is.
Hoe voorkom ik dat de snelste leerling steeds het antwoord roept?
Laat iedereen het antwoord opschrijven en pas na een afgesproken tijd omdraaien. Of geef de regel dat wie het weet, alleen een hint mag geven en niet het antwoord. Zo blijft iedereen meedoen en leren de snelle leerlingen uitleggen in plaats van roepen.
Wat als iemand met een andere uitleg toch een ander antwoord verdedigt?
Bij rekenraadsels hangt het antwoord af van hoe je de vraag leest, dus een tweede antwoord kan soms terecht zijn. Laat diegene de redenering uitleggen en bespreek samen welke lezing van de vraag het meest logisch is. Dat gesprek is vaak leerzamer dan het raadsel zelf.
Kan ik een rekenraadsel gebruiken als sleutel in een speurtocht?
Dat werkt heel goed. Het antwoord van het raadsel is dan een getal dat verwijst naar een huisnummer, een pagina in een boek of het aantal stappen naar de volgende aanwijzing. Controleer wel dat het raadsel maar één goed antwoord heeft, anders loopt de speurtocht vast.