Wie ben ik raadsels

Wie of wat ben ik? Raad wie of wat er wordt beschreven in deze leuke wie ben ik raadsels.

10 dagen geleden toegevoegd

Ik heb steden, maar geen huizen. Ik heb bergen, maar geen bomen. Ik heb water, maar geen vissen. Wie ben ik?

Bekijk antwoord

Een landkaart.

15 dagen geleden toegevoegd

Ik heb tanden, maar ik kan niet bijten. Wat ben ik?

Bekijk antwoord

Een kam.

16 dagen geleden toegevoegd

Ik heb een hart maar geen bloed, en je vindt me in de groentewinkel. Wat ben ik?

Bekijk antwoord

Een krop sla, of een artisjok.

28 dagen geleden toegevoegd

Ik heb baleinen maar geen lijf, ik ga open als het regent en ik hou je droog. Wie ben ik?

Bekijk antwoord

Een paraplu.

28 dagen geleden toegevoegd

Ik heb spaken maar geen stem, ik draai de hele dag rond en breng je overal naartoe. Wie ben ik?

Bekijk antwoord

Een fietswiel.

28 dagen geleden toegevoegd

Ik heb een lange steel en stugge haren, en ik eet stof van de vloer. Wie ben ik?

Bekijk antwoord

Een bezem.

28 dagen geleden toegevoegd

Ik word gevuld met lucht, ik hang aan een touwtje en ik knal als je me prikt. Wie ben ik?

Bekijk antwoord

Een ballon.

28 dagen geleden toegevoegd

Ik heb een rits maar geen broek, ik hang op je rug en draag je boeken naar school. Wie ben ik?

Bekijk antwoord

Een rugzak.

28 dagen geleden toegevoegd

Ik heb een deksel en twee oren, maar ik hoor niets. Op het vuur word ik heet. Wie ben ik?

Bekijk antwoord

Een pan.

28 dagen geleden toegevoegd

Ik ben wit en koud, ik smelt in de zon en je kunt een pop van mij maken. Wie ben ik?

Bekijk antwoord

Sneeuw.

28 dagen geleden toegevoegd

Ik heb een lange slurf maar ben geen olifant, en ik zuig alles op wat op de vloer ligt. Wie ben ik?

Bekijk antwoord

Een stofzuiger.

28 dagen geleden toegevoegd

Ik heb een klepel maar geen tong, ik hang hoog in de toren en roep iedereen naar binnen. Wie ben ik?

Bekijk antwoord

Een kerkklok.

28 dagen geleden toegevoegd

Ik ben rond, ik hang aan een boom en soms woont er een worm in mij. Wie ben ik?

Bekijk antwoord

Een appel.

30 dagen geleden toegevoegd

Ik draag wel tien rokjes over elkaar, maar geen enkele knoop. Wie mij uitkleedt, moet huilen. Wie ben ik?

Bekijk antwoord

Een ui.

Ik heb een neus maar kan niet ruiken, en ik vaar over het water. Wie ben ik?

Bekijk antwoord

Een schip.

Ik heb een kop, maar geen hersenen, en ik word met een hamer op mijn hoofd geslagen. Wie ben ik?

Bekijk antwoord

Een spijker.

Ik heb een rug, maar geen buik, en jij zit de hele dag op mij. Wie ben ik?

Bekijk antwoord

Een stoel.

Ik heb duizenden naalden, maar ik kan niet naaien. Wie ben ik?

Bekijk antwoord

Een egel (of een dennenboom).

Ik heb een houten jas en een gekleurde puntmuts, en ik word steeds kleiner als je me slijpt. Wie ben ik?

Bekijk antwoord

Een potlood.

Ik heb geen benen, maar ik draag jou de hele dag. Wie ben ik?

Bekijk antwoord

Je schoenen.

Ik word elke ochtend uitgeknepen en geef dan iets fris voor je tanden. Wie ben ik?

Bekijk antwoord

De tandpastatube.

Ik heb ogen, maar ik kan niet kijken. Je vindt me in de groentela. Wie ben ik?

Bekijk antwoord

Een aardappel.

Ik draag een kroon, maar ik ben geen koning. Ik sta in het bos. Wie ben ik?

Bekijk antwoord

Een boom.

Ik heb vleugels, maar geen veren, en ik breng je naar verre landen. Wie ben ik?

Bekijk antwoord

Een vliegtuig.

Ik word steeds kleiner terwijl ik werk en laat gekleurde strepen achter op het bord. Wie ben ik?

Bekijk antwoord

Een krijtje.

Ik hang aan de muur en laat je jezelf zien. Wie ben ik?

Bekijk antwoord

De spiegel.

Ik slik brieven in en geef ze nooit meer terug. Wie ben ik?

Bekijk antwoord

De brievenbus.

Ik heb geen mond, maar ik blaas je haren droog. Wie ben ik?

Bekijk antwoord

De fΓΆhn.

Hoe een wie ben ik raadsel werkt

Bij een wie ben ik raadsel praat een voorwerp of dier in de ik-vorm en beschrijft het zichzelf in twee of drie zinnen. Het potlood met zijn houten jas en gekleurde puntmuts is daar een mooi voorbeeld van: elk kenmerk klopt, maar geen enkel kenmerk zegt meteen wat het is. De luisteraar zet de kenmerken naast elkaar en zoekt het voorwerp dat in alles past.

Dit soort raadsels is heel geschikt voor kinderen vanaf een jaar of zes, omdat ze niets hoeven te weten van woordgrappen. Kijken en vergelijken is genoeg.

Zo lees je ze voor

Lees de zinnen één voor één voor en pauzeer na elke zin. Kinderen mogen na elke zin een gok doen, en jij zegt alleen 'zou kunnen' of 'nee, luister verder'. Zo wordt elk kenmerk een stap. Bij de schoenen zeg je eerst: 'Ik heb geen benen.' Er komt 'een slang'. Dan: 'Maar ik draag jou de hele dag.' En dan valt het.

Doe eventueel de stem van het voorwerp erbij, een piepende tandpastatube wordt onthouden en thuis nagespeeld.

Kinderen zelf een raadsel laten maken

Het mooiste aan deze vorm is dat kinderen er zelf mee aan de slag kunnen. Laat ze een voorwerp uit de klas of de keuken kiezen en drie zinnen bedenken: waar het van gemaakt is, wat het doet en waar je het vindt. Een lepel wordt dan: 'Ik ben van metaal, ik breng soep naar je mond en ik lig in de la.' Zeg dat de eerste zin het moeilijkst mag zijn en de laatste zin de grootste hint mag bevatten.

Schrijf de raadsels op kaartjes en hang ze in de klas op, met het antwoord onder een flapje. Zo ontstaat een raadselmuur waar de hele week naar gekeken wordt.

Op een feestje en in een Sinterklaasgedicht

Op een kinderfeestje kun je van een wie ben ik raadsel een spel maken: elk kind krijgt een briefje met een voorwerp op de rug geplakt en stelt vragen aan de anderen totdat het weet wat het is. Dat is dezelfde vorm, maar dan omgekeerd.

In een Sinterklaasgedicht is de ik-vorm een cadeau voor de schrijver. Laat het cadeau zelf aan het woord: 'Ik heb een houten jas, een muts die van kleur verschiet, en zit straks in jouw pennenbak, of raad je het nog niet?' De ontvanger raadt het cadeau voordat hij het openmaakt, en het gedicht heeft meteen een verhaal.

Voorbeeld van een korte raadselronde

Een ronde in groep drie kan zo gaan. De juf zegt: 'Ik ben vandaag drie dingen tegelijk. Luister goed en steek je vinger op.' Ze leest: 'Ik heb geen benen, maar ik draag jou de hele dag.' Er wordt 'een rugzak' geroepen. 'Bijna, maar ik zit aan je voeten.' Dan komt 'schoenen' en de klas stampt met de voeten.

Daarna: 'Ik word elke ochtend uitgeknepen en geef dan iets fris voor je tanden.' Een paar kinderen wijzen naar hun mond. Als laatste het potlood, en de juf laat een kind naar voren komen om een potlood te slijpen, zodat iedereen ziet dat het krimpt. Ze sluit af: 'Morgen mag Sam een raadsel meenemen over iets uit zijn slaapkamer.'

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil met een gewoon raadsel?

Een wie ben ik raadsel spreekt altijd in de ik-vorm en beschrijft kenmerken, waarbij het antwoord een voorwerp, dier of soms een persoon is. Een gewoon raadsel draait vaker om een woordgrap of een logische valkuil. Daardoor zijn wie ben ik raadsels toegankelijker voor jonge kinderen.

Hoeveel zinnen moet zo'n raadsel hebben?

Drie zinnen is de ideale lengte: één die verwart, één die richting geeft en één die het bijna verklapt. Bij hele jonge kinderen kun je met twee zinnen werken. Meer dan vier zinnen wordt te lang om te onthouden als je het voorleest.

Kan ik ook een persoon laten raden, bijvoorbeeld op een verjaardag?

Ja, dat werkt goed op een feest waar iedereen elkaar kent. Beschrijf de jarige in de ik-vorm met drie kenmerken die alleen de gasten herkennen, zoals een hobby, een lievelingseten en een uitspraak. Houd het lief en vermijd kenmerken waar iemand zich voor zou kunnen schamen.

Hoe help ik een kind dat er niet uitkomt?

Vraag het kind om de kenmerken te herhalen en bij elk kenmerk iets te noemen dat daarbij past. Bij 'ik heb tanden' noemt het kind dan een haai, een zaag, een kam. Daarna leg je de kenmerken naast elkaar en laat je het kind schrappen wat niet klopt. Dat is precies hoe je zo'n raadsel oplost.