Sinterklaasgedicht schrijven in 6 stappen
Zo schrijf je zelf een leuk en persoonlijk Sinterklaasgedicht: van ingrediΓ«nten verzamelen tot rijmen en plagen met liefde. Met voorbeeldgedicht.
Een Sinterklaasgedicht hoort bij pakjesavond als pepernoten bij de schoorsteen. Toch zuchten veel mensen elk jaar weer boven een leeg vel papier. Het hoeft niet moeilijk te zijn. Met een simpele aanpak in zes stappen schrijf je een gedicht dat persoonlijk is, lekker leest en op pakjesavond voor een lach zorgt.
Stap 1: verzamel eerst de ingrediΓ«nten
Begin niet met rijmen, begin met verzamelen. Schrijf in een paar minuten alles op wat je weet over degene voor wie het gedicht is. Wat is er dit jaar gebeurd? Een nieuwe baan, een verhuizing, een gebroken been, een nieuwe hobby? Wat zijn kleine eigenaardigheden: altijd te laat, verslaafd aan koffie, nooit de vaatwasser uitruimen? En wat is het cadeau? Die drie dingen, gebeurtenissen, eigenaardigheden en cadeau, vormen de grondstof. Een gedicht dat alleen over Sinterklaas en de stoomboot gaat, kan iedereen krijgen. Een gedicht over die ene keer dat oma de sleutel in de koelkast legde, krijgt alleen oma.
Stap 2: kies een rode draad
Een goed Sinterklaasgedicht vertelt een klein verhaaltje. Kies één gebeurtenis of eigenschap als hoofdlijn en bouw daar het gedicht omheen. Bijvoorbeeld: Sint hoorde dat Erik elke ochtend zijn fietssleutel kwijt is, dus hij bedacht een oplossing. Aan het eind blijkt het cadeau een sleutelhanger te zijn. Zo krijgt je gedicht een begin, een midden en een ontknoping.
Stap 3: houd het ritme simpel
Je hoeft geen dichter te zijn. Gebruik gepaard rijm, dus twee regels achter elkaar die op elkaar rijmen: aa, bb, cc. Dat leest het makkelijkst en klinkt vertrouwd bij het voorlezen. Houd de regels ongeveer even lang, zo'n acht tot twaalf lettergrepen. Lees elke regel hardop terwijl je schrijft. Struikel je zelf, dan struikelt de voorlezer ook. Schuif dan een woord, of zoek een korter synoniem.
Stap 4: rijm slim, niet krampachtig
Het bekendste probleem: je wilt iets zeggen, maar er rijmt niks op. De truc is omdraaien. Zet het woord waar je moeilijk op rijmt aan het begin van een regel in plaats van aan het eind. Werkt dat niet, kies dan een ander woord met dezelfde betekenis. En vergeet de oude noodgreep niet: Sint mag gerust een beetje smokkelen met een knipoog, zoals "en daar rijmt niks op, zei Sint, dus hier stopt de regel, mijn kind".
Stap 5: plaag met liefde
Een Sinterklaasgedicht mag plagen, dat hoort erbij. Maar de kunst is om te plagen zonder te kwetsen. Kies dingen waar iemand zelf om kan lachen: eeuwige snoozer, chaotische kast, altijd het laatste koekje pakken. Blijf weg van gevoelige onderwerpen als gewicht, relaties die net uit zijn of ruzies in de familie. Een goede test: zou je dit ook zeggen als de persoon ernaast zit en iedereen meeluistert? Dan is het geschikt. Twijfel je, laat het weg. Sluit altijd af met iets warms, zodat de ontvanger met een goed gevoel het cadeau uitpakt.
Stap 6: eindig met het cadeau en een groet
Het slot van het gedicht wijst naar het cadeau, liefst zonder het letterlijk te noemen. Een hint is leuker dan een aankondiging. Daarna volgt de vaste afsluiting: een groet van Sint en Piet. Die ondertekening is een mooie traditie en maakt het gedicht af.
Voorbeeldgedicht
Sint zat in Spanje in zijn stoel / en dacht: bij Sanne is het nooit koel / de verwarming staat op dertig graden / en toch loopt zij in dikke gewaden. / Piet zei: Sint, dat is echt waar / ze draagt een sjaal, het hele jaar. / Zelfs in juli, op het strand / ligt Sanne met een deken in de hand. / Dus Sint dacht na en zocht heel lang / naar iets voor Sanne, zonder dwang / iets warms, iets zachts, iets om te dragen / zodat ze nooit meer hoeft te klagen. / Lieve Sanne, pak het uit / en maak vanavond een warm geluid. / Veel plezier ermee, en blijf zoals je bent / een warm mens dat iedereen kent. / Groetjes van Sint en Piet.
Nog een paar praktische tips
Schrijf het gedicht een paar dagen van tevoren, niet op de avond zelf. Lees het de volgende dag nog een keer hardop en schrap wat niet lekker loopt. Een gedicht van twaalf tot twintig regels is voor de meeste mensen precies genoeg. Voor kinderen mag het korter en simpeler, met veel pepernoten, de schimmel en de schoorsteen erin. En wees niet te streng voor jezelf: een gedicht met een kromme regel en een oprecht grapje wint het altijd van een perfect gedicht zonder gevoel.
Wil je liever een korte tekst voor bij een klein cadeautje of surprise? Op onze pagina met sinterklaasgedichten en teksten vind je kant-en-klare korte en grappige Sinterklaasteksten om direct te gebruiken.
Bij dit artikel: π Sinterklaasgedichten