Raadsels voor kinderen

Leuke, makkelijke raadsels met antwoord voor kinderen.

Nieuw 2 dagen geleden toegevoegd

Wat is het kleinste huis ter wereld?

Bekijk antwoord

Een slakkenhuis.

Nieuw 2 dagen geleden toegevoegd

Wat heeft vier vingers en een duim, maar is niet levend?

Bekijk antwoord

Een handschoen.

Nieuw 3 dagen geleden toegevoegd

Ik heb een hals maar geen hoofd. Wat ben ik?

Bekijk antwoord

Een fles.

Nieuw 7 dagen geleden toegevoegd

Wat loopt de hele dag zonder benen te hebben?

Bekijk antwoord

Je neus kan lopen, en ook een kraan, water of de tijd. Het gaat om het woord lopen, dat ook gebruikt wordt voor iets dat druppelt of stroomt.

9 dagen geleden toegevoegd

Wat komt er elke dag, maar is er nooit?

Bekijk antwoord

Morgen.

10 dagen geleden toegevoegd

Wat is groter dan een olifant, maar weegt niets?

Bekijk antwoord

De schaduw van een olifant.

11 dagen geleden toegevoegd

Ik heb een hoofd maar kan niet denken en een voet maar kan niet lopen. Wat ben ik?

Bekijk antwoord

Een bed. Er is een hoofdeinde en een voeteneinde.

16 dagen geleden toegevoegd

Wat gaat de hele dag op en neer, maar blijft altijd op dezelfde plek?

Bekijk antwoord

Een trap.

17 dagen geleden toegevoegd

Ik heb steden maar geen huizen, bergen maar geen bomen en water maar geen vissen. Wat ben ik?

Bekijk antwoord

Een landkaart.

28 dagen geleden toegevoegd

Ik heb een hoofd en een voet, maar geen lijf. Je ligt elke nacht op mij. Wat ben ik?

Bekijk antwoord

Een bed (met een hoofdeinde en een voeteneinde).

29 dagen geleden toegevoegd

Wat heeft vier wielen en vliegen?

Bekijk antwoord

Een vuilniswagen.

Een klein wit huisje zonder deuren en zonder ramen, en toch woont er iemand in. Wat is het?

Bekijk antwoord

Een ei.

Wat is zwart als het schoon is en wit als het vuil is?

Bekijk antwoord

Een schoolbord.

Wat heeft twee benen maar kan niet lopen?

Bekijk antwoord

Een broek.

Ik heb een hoed maar geen hoofd, en een voet maar geen schoen. Wat ben ik?

Bekijk antwoord

Een paddenstoel.

Welke kam kamt nooit haar?

Bekijk antwoord

De hanenkam.

Welke boom heeft geen bladeren en geen takken?

Bekijk antwoord

De stamboom.

Eerst zo wit als sneeuw, dan zo groen als gras, dan zo rood als bloed en dan zo zwart als roet. Wat ben ik?

Bekijk antwoord

Een braam.

Wat heeft wijzers, maar wijst je nooit de weg?

Bekijk antwoord

Een klok.

Ik heb een staart en vlieg hoog in de lucht, maar ik ben geen vogel. Wat ben ik?

Bekijk antwoord

Een vlieger.

Ik heb een kop en een staart, maar geen lijf. Wat ben ik?

Bekijk antwoord

Een komeet.

Ik heb strepen maar ben geen zebra, je vindt me op straat. Wat ben ik?

Bekijk antwoord

Een zebrapad.

Ik heb een bril, maar ik kan niet zien. Wat ben ik?

Bekijk antwoord

De wc.

Ik word 's avonds pas wakker en geef licht in de donkere straat. Wat ben ik?

Bekijk antwoord

Een lantaarnpaal.

Hoe vaker je me wast, hoe kleiner ik word. Wat ben ik?

Bekijk antwoord

Een stuk zeep.

Wat heeft een tong maar kan niet praten?

Bekijk antwoord

Een schoen.

Ik word elke dag gedekt, maar ik slaap nooit. Wat ben ik?

Bekijk antwoord

De tafel.

Ik heb een hals maar geen hoofd, en ik draag kleren. Wat ben ik?

Bekijk antwoord

Een fles of een hemd.

Wat wordt natter naarmate het meer droogt?

Bekijk antwoord

Een handdoek.

Ik heb tanden maar kan niet bijten. Wat ben ik?

Bekijk antwoord

Een kam.

Ik ga omhoog maar kom nooit meer naar beneden. Wat ben ik?

Bekijk antwoord

Je leeftijd.

Wat kun je vangen maar niet gooien?

Bekijk antwoord

Een verkoudheid.

Ik heb steden maar geen huizen, bergen maar geen bomen, en water maar geen vissen. Wat ben ik?

Bekijk antwoord

Een landkaart.

Ik heb vier poten maar kan niet lopen. Wat ben ik?

Bekijk antwoord

Een tafel of een stoel.

Wat heeft oren maar kan niet horen?

Bekijk antwoord

Een korenveld (aren).

Ik ben geel vanbuiten en wit vanbinnen, apen zijn dol op mij. Wat ben ik?

Bekijk antwoord

Een banaan.

Wat wordt kleiner als je het omdraait?

Bekijk antwoord

Een 9 wordt een 6.

Ik schijn maar ben geen zon en hang aan het plafond. Wat ben ik?

Bekijk antwoord

Een lamp.

Wat gaat door de stad maar beweegt nooit?

Bekijk antwoord

De weg (of de straat).

Ik heb bladeren maar ben geen boom, je leest me graag. Wat ben ik?

Bekijk antwoord

Een boek.

Hoe meer je eruit haalt, hoe groter ik word. Wat ben ik?

Bekijk antwoord

Een kuil.

Wat gaat de trap op zonder te bewegen?

Bekijk antwoord

De traploper.

Welke maand heeft 28 dagen?

Bekijk antwoord

Allemaal, elke maand heeft er minstens 28.

Ik vlieg zonder vleugels en huil zonder ogen. Wat ben ik?

Bekijk antwoord

Een wolk.

Wat kun je breken zonder het aan te raken?

Bekijk antwoord

Een belofte.

Ik loop de hele dag maar kom nooit ergens aan. Wat ben ik?

Bekijk antwoord

Een klok.

Wat heeft één oog maar kan niet zien?

Bekijk antwoord

Een naald.

Ik ben altijd voor je maar je kunt me nooit zien. Wat ben ik?

Bekijk antwoord

De toekomst.

Wat springt hoger dan een huis?

Bekijk antwoord

Alles, want een huis kan niet springen.

Ik ga door glas zonder het te breken. Wat ben ik?

Bekijk antwoord

Licht.

Voor welke leeftijd werken deze raadsels

De raadsels op deze pagina zijn bedoeld voor kinderen van ongeveer vijf tot tien jaar. Jonge kinderen van vijf of zes hebben het meest aan raadsels over dingen die ze elke dag zien: een kam, een fles, een handdoek. Ze moeten het voorwerp kunnen bedenken zonder dat ze iets hoeven te weten over woordgrapjes of dubbele betekenissen.

Vanaf een jaar of acht wordt het leuker om raadsels te kiezen waar een kleine verrassing in zit, zoals de handdoek die natter wordt terwijl hij droogt. Kinderen van die leeftijd vinden het heerlijk om het antwoord eerst zelf te ontdekken en het raadsel daarna aan hun ouders of broertje te stellen.

Zo stel je een raadsel aan een kind

Lees het raadsel langzaam voor en herhaal het daarna nog een keer. Kinderen hebben vaak de tweede keer pas door welk woord belangrijk is. Zeg bijvoorbeeld: 'Ik heb tanden, maar ik kan niet bijten. Wie weet wat dat is?' en wacht rustig. Vul de stilte niet meteen in, want juist in die stilte gebeurt het nadenken.

Geeft een kind een fout antwoord, zeg dan niet 'nee, fout' maar 'goed idee, maar denk eens aan iets in de badkamer'. Zo blijft het spel leuk en voelt het kind zich niet afgewezen.

Hints geven zonder het antwoord te verraden

Een goede hint maakt het zoekgebied kleiner maar noemt het voorwerp niet. Bij het raadsel van de kam kun je zeggen: 'Het ligt bij de spiegel.' Bij de fles: 'Je ziet hem op tafel bij het eten.' Werkt dat nog niet, noem dan de eerste letter. Bewaar die hint voor het laatst, want daarna is het meestal snel geraden.

Vraag ook eens terug: 'Welke dingen hebben allemaal tanden?' Kinderen komen dan zelf op een zaag, een rits of een kam, en dat ontdekken is eigenlijk het leukste deel van het raadsel.

Raadsels in de klas en op een kinderfeestje

In de klas werkt een raadsel goed als opening van de dag of als korte pauze tussen twee lessen. Schrijf het raadsel op het bord en laat de klas de hele ochtend nadenken, aan het eind van de dag mag iemand het antwoord zeggen. Op een kinderfeestje kun je van raadsels een speurtocht maken: elk goed antwoord levert een aanwijzing op naar de volgende plek.

Voorbeeld van een korte raadselronde

Zo kan een ronde van vijf minuten eruitzien met een groep kinderen van zeven jaar. Je begint: 'Ik ga jullie drie raadsels geven. Steek je vinger op als je het weet, niet roepen.' Eerste raadsel: 'Wat wordt natter naarmate het meer droogt?' Iemand roept 'de regen!' Jij zegt: 'Leuk bedacht, maar dit ding hangt in de badkamer.' Dan komt 'een handdoek' en je laat de groep uitleggen waarom dat klopt.

Tweede raadsel: 'Ik heb een hals maar geen hoofd. Wat ben ik?' Hint na een halve minuut: 'Je kunt erin schenken.' Derde raadsel: 'Ik heb tanden maar kan niet bijten.' Sluit af met: 'Wie kent er zelf nog een raadsel?' Meestal komt er dan een enthousiaste hand omhoog, en dat is precies het moment om te stoppen zolang het nog leuk is.

Veelgestelde vragen

Vanaf welke leeftijd begrijpen kinderen een raadsel?

De meeste kinderen kunnen rond hun vijfde een eenvoudig raadsel over een bekend voorwerp oplossen, zeker als je een hint geeft. Raadsels met een dubbele betekenis of een woordgrap begrijpen ze meestal pas vanaf een jaar of acht. Kies dus op leeftijd en begin altijd met het makkelijkste raadsel.

Hoeveel raadsels stel je achter elkaar aan een kind?

Drie tot vijf raadsels per keer is ruim voldoende. Daarna verslapt de aandacht en wordt raden gokken. Stop liever terwijl het nog leuk is en bewaar de rest voor een volgende keer, dan blijft het iets om naar uit te kijken.

Wat doe ik als een kind het antwoord echt niet weet?

Geef eerst twee hints die steeds specifieker worden, en noem daarna de eerste letter van het antwoord. Lukt het dan nog niet, zeg dan het antwoord en laat het kind uitleggen waarom het klopt. Dat uitleggen is minstens zo leerzaam als het raden zelf.

Kan ik deze raadsels ook op een uitnodiging of traktatie zetten?

Ja, een kort raadsel zonder antwoord op de uitnodiging voor een kinderfeestje werkt goed als opwarmer. Zet het antwoord dan op de dag zelf ergens verstopt in huis of geef het bij binnenkomst. Kies een raadsel van maximaal twee zinnen, anders past het niet op de kaart.