Beterschapswensen voor een kind

Vrolijke en lieve beterschapswensen voor een ziek kind.

Beterschap, lieve schat! Word snel weer beter, dan kunnen we weer spelen.

Veel beterschap! Lekker uitrusten en snel weer de oude worden.

Word snel beter! We denken aan je en sturen een dikke knuffel.

Beterschap, dappere held! Je bent zo flink.

Snel weer beter worden, hè? Dan gaan we samen iets leuks doen.

Veel beterschap, lieverd. Rust maar lekker uit met je knuffels.

Beterschap! We missen je en hopen dat je snel weer fit bent.

Word snel weer beter, dappere! Een dikke knuffel voor jou.

Hoi kanjer! Zelfs superhelden moeten soms even uitrusten. Word gauw weer beter!

Een dikke pleister, een zachte knuffel en heel veel liefs: beterschap, lieve schat!

De zon schijnt straks weer extra hard voor jou. Rust lekker uit en word snel beter.

Beterschap, kleine topper! Voor je het weet ren je weer rondjes door de tuin.

Alle knuffels van de wereld sturen we naar jou. Word maar heel snel weer beter!

Ziek zijn is stom, maar jij bent super flink. Beterschap, lieve kanjer van ons!

Lekker op de bank met een dekentje en je lievelingsfilm. Word snel weer de oude!

Wij duimen allemaal keihard dat je snel weer beter bent. Dikke kus en beterschap!

Ziek zijn is niet leuk, maar jij bent een echte held. Word snel beter, kanjer!

Voor de dapperste patiΓ«nt van het land: heel veel beterschap en een dikke knuffel!

Snel weer beter worden, lieverd! De speeltuin wacht op je.

Alle knuffelberen op je bed passen goed op je. Word gauw weer beter!

Beterschap, lieve schat! Eerst lekker uitzieken, dan weer rennen en springen.

HΓ© kanjer, iedereen mist je! Word snel beter, dan komen we samen weer spelen.

Een toverspreukje voor jou: simsalabim, word snel weer fit! Beterschap, lieverd.

Rust maar lekker uit met je knuffel en een mooi verhaaltje. Snel beterschap!

Zelfs piraten en prinsessen zijn weleens ziek. Word maar gauw weer beter, schatje!

Dikke kus op je zieke buikje, hoofdje of keeltje. Beterschap, lieve kleine topper!

Wij sturen je een wolk vol knuffels en een regenboog vol beterschap!

Word snel beter, lieverd, dan bakken we samen pannenkoeken om het te vieren.

Beterschap, kleine held! Elke dag word je een stukje sterker, let maar op.

Alle kinderen uit de klas missen je. Kom snel weer terug, maar eerst goed uitzieken!

Voor jou: honderd kusjes, duizend knuffels en heel snel beterschap!

Lekker op de bank hangen met tekenfilms is nu even je werk. Word snel beter!

Schrijven voor een kind is anders

Een kind dat ziek is, leest een kaart niet zoals een volwassene. Het kijkt eerst naar de plaatjes, dan naar zijn eigen naam, en dan pas naar wat er staat. Schrijf daarom kort, in eenvoudige woorden, en zet de naam van het kind groot bovenaan. Een kind van vijf wil horen dat het snel weer mag spelen, een kind van tien wil vooral niet als klein worden behandeld.

Deze wensen zijn bedoeld voor een ziek kind uit de familie, uit de klas, van de buren of uit het sportteam, bij griep, een gebroken arm of een ziekenhuisopname.

Wat werkt en wat niet

Werkt goed: iets noemen waar het kind naar uitkijkt, zoals de voetbaltraining, de zwemles of het logeerpartijtje. Een tekening, een sticker of een grapje over de kat doen het beter dan een mooie volzin. Bij een kind dat kan lezen, maak je van de kaart een opdracht: 'Zoek de drie hartjes op deze kaart.'

Werkt niet: zinnen over hoe zielig het is, over de ernst van de ziekte of over hoeveel school het kind mist. Ook 'je moet goed je medicijnen nemen' hoort niet op een kaart van tante of van de klas. Dat is iets voor de ouders.

Namens de klas of het team

Een kaart van de klas is voor een ziek kind vaak het mooiste wat er in de bus valt. Laat elk kind één woordje of een tekening zetten en laat de juf of meester een korte tekst in het midden schrijven. Bij een sportteam schrijft de trainer een paar zinnen en zetten de teamgenoten hun naam en rugnummer erbij. Schrijf de naam van het kind heel duidelijk op de envelop, want daar begint de blijdschap al.

Toon en lengte per medium

Op een kaart: twee tot vier korte zinnen, grote letters, en ruimte voor een tekening. Via de telefoon van de ouders: een spraakberichtje van de kinderen werkt beter dan een getypte tekst, want dan hoort het zieke kind bekende stemmen. Een videogesprek van twee minuten met de klas is voor een kind in het ziekenhuis een gebeurtenis waar het de hele dag over praat.

Ouders mogen bij een langere ziekte best een aparte, uitgebreidere kaart krijgen. Daarin zeg je wat je voor hen kunt doen, zoals de andere kinderen ophalen of een maaltijd brengen.

Voorbeeld van een complete kaarttekst

Hoi Noor! Wat jammer dat je je arm hebt gebroken, dat is geen pretje. Maar wat een stoer gips, mogen wij er straks allemaal op tekenen? Word snel weer beter, want de speurtocht op het schoolplein is niet hetzelfde zonder jou. We bewaren een plekje in de kring en een grote knuffel. Groetjes van iedereen uit groep 4 en van juf Anke.

Deze tekst noemt de klacht luchtig, biedt iets leuks aan en verwijst naar iets waar het kind naar uitkijkt. Dat is alles wat een kinderkaart nodig heeft.

Veelgestelde vragen

Hoe jong mag een kind zijn om een beterschapskaart te krijgen?

Ook een peuter of kleuter geniet van een kaart, al is het vooral vanwege de plaatjes en het voorlezen door papa of mama. Schrijf dan één of twee zinnen die de ouder hardop kan lezen, en zet er een tekening bij. Vanaf een jaar of zes leest het kind de kaart zelf en gaat het om de woorden.

Wat schrijf ik als het kind ernstig ziek is?

Dan laat je 'word snel beter' weg, want dat kan pijnlijk zijn. Schrijf dat je aan het kind denkt, dat je iets leuks gaat doen als het weer kan, en stuur iets tastbaars mee, zoals een tekening of een klein boekje. Voor de ouders schrijf je een aparte kaart met een concreet aanbod om te helpen.

Zet ik de kaart op naam van het kind of van de ouders?

Op naam van het kind, want daar gaat het om. Een envelop met je eigen naam erop is voor een kind bijzonder. Wil je ook de ouders iets laten weten, schrijf dan een tweede kaartje of zet een regeltje onderaan: 'En voor papa en mama: sterkte, we helpen graag.'

Kan de klas beter een kaart sturen of een videogesprek doen?

Allebei heeft waarde. Een kaart kan het kind bewaren en steeds opnieuw bekijken. Een videogesprek van een paar minuten geeft contact met bekende stemmen en gezichten, wat bij een langere afwezigheid heel fijn is. Begin met de kaart en plan het gesprek als de ziekte langer duurt.